Wat is gaslighting? Lees hoe deze vorm van psychologische manipulatie eruit kan zien, welke signalen je kunt herkennen en wat gaslighting met je kan doen.
Gaslighting is een vorm van psychologische manipulatie waarbij iemand de ander steeds meer laat twijfelen aan de eigen herinneringen, waarnemingen, gevoelens of interpretatie van gebeurtenissen. Het kan heel subtiel beginnen. Misschien wordt een gesprek ontkend, wordt verteld dat je iets verkeerd hebt begrepen of krijg je regelmatig te horen dat je te gevoelig reageert.
Wanneer dit vaker gebeurt, kan het moeilijk worden om nog op je eigen oordeel te vertrouwen.
Gaslighting wordt regelmatig genoemd in verband met narcisme. Toch betekent gaslighting niet automatisch dat iemand narcistisch is. Ook mensen zonder narcistische persoonlijkheidsstoornis kunnen gedrag vertonen waardoor een ander aan zichzelf gaat twijfelen.
Daarom is het belangrijk om vooral naar het patroon te kijken en naar wat het gedrag met jou doet.
De term gaslighting komt oorspronkelijk uit het toneelstuk Gas Light en de verfilmingen daarvan. In het verhaal wordt de werkelijkheid van een vrouw bewust gemanipuleerd, waardoor zij steeds meer aan haar eigen waarneming gaat twijfelen.
Tegenwoordig wordt de term gebruikt voor situaties waarin iemand op een terugkerende manier probeert de ander te laten twijfelen aan wat diegene heeft gezien, gehoord, gevoeld of meegemaakt.
Dat kan bijvoorbeeld door gebeurtenissen te ontkennen: “Dat is nooit gebeurd.”
Maar ook door de betekenis van een gebeurtenis steeds te veranderen: “Dat bedoelde ik helemaal niet zo.”
Of door jouw reactie tot het probleem te maken: “Je bent gewoon veel te gevoelig.”
Een verschil van mening is niet meteen gaslighting. Het gaat om een terugkerend patroon waarin jouw vertrouwen in je eigen waarneming steeds verder wordt ondermijnd.
Gaslighting kan verschillende vormen aannemen. Vaak gaat het niet om één grote gebeurtenis, maar om veel kleine momenten die zich steeds opnieuw voordoen.
Je vertelt wat er volgens jou is gebeurd en de ander ontkent het.
Je geeft aan dat een bepaalde opmerking je heeft gekwetst en krijgt te horen dat je alles verkeerd opvat.
Je herinnert iemand aan een eerdere afspraak en krijgt te horen dat die afspraak nooit is gemaakt.
Je bent ergens boos of verdrietig over en de ander beweert dat je zonder reden een probleem maakt.
Na verloop van tijd kun je jezelf steeds vaker afvragen of jouw herinnering wel klopt.
Een veelvoorkomende vorm van gaslighting is het ontkennen van eerdere uitspraken.
Je weet misschien nog precies wat iemand heeft gezegd. Toch beweert de ander dat dit nooit is gebeurd.
Wanneer dit af en toe voorkomt, kan er natuurlijk sprake zijn van een gewone vergissing. Mensen onthouden gesprekken niet altijd op dezelfde manier.
Het wordt anders wanneer iemand structureel ontkent wat er is gezegd en jij daardoor steeds meer aan jezelf gaat twijfelen.
Je kunt uiteindelijk denken: misschien heb ik het inderdaad verkeerd onthouden.
Gaslighting kan ook gericht zijn op je emoties.
Je vertelt dat iets je pijn heeft gedaan en krijgt te horen dat je overdreven reageert. Je bent verdrietig en de ander vindt dat je je aanstelt. Je bent boos over een bepaalde gebeurtenis en krijgt te horen dat je altijd problemen maakt.
Daardoor verschuift de aandacht van wat er is gebeurd naar de vraag of jouw reactie wel terecht is.
Na verloop van tijd kun je gaan geloven dat je gevoelens inderdaad het probleem zijn.
Maar een gevoel hoeft niet verkeerd te zijn omdat iemand anders het niet begrijpt of er anders over denkt.
Een andere vorm van gaslighting is het steeds opnieuw veranderen van de betekenis van een gebeurtenis.
Je hebt bijvoorbeeld het gevoel dat iemand je bewust heeft gekleineerd. De ander zegt dat het maar een grapje was.
Je voelt je genegeerd. De ander zegt dat jij gewoon te veel aandacht nodig hebt.
Je denkt dat iemand boos op je was. De ander zegt dat jij altijd overal iets achter zoekt.
Ook hier kan een ander natuurlijk een andere interpretatie hebben. Het probleem ontstaat wanneer jouw interpretatie voortdurend wordt weggezet als onjuist en je daardoor niet meer vertrouwt op je eigen waarneming.
Wanneer je langere tijd het gevoel hebt dat jouw herinneringen worden tegengesproken, kun je behoefte krijgen aan bewijs.
Je bewaart berichten.
Je maakt screenshots.
Je probeert gesprekken zo goed mogelijk te onthouden.
Je vraagt anderen wat zij zich van een situatie herinneren.
Je schrijft gebeurtenissen op.
Op zichzelf hoeft dit niet problematisch te zijn. In sommige situaties kan het juist helpen om overzicht te houden.
Maar wanneer je voortdurend het gevoel hebt dat je moet bewijzen dat jouw werkelijkheid bestaat, is het goed om stil te staan bij wat er gebeurt.
Vertrouwen op je eigen waarneming is een belangrijk onderdeel van zelfstandigheid.
Je moet kunnen denken: ik heb dit gehoord, ik heb dit meegemaakt en ik weet wat dit met mij deed.
Wanneer iemand dat voortdurend ter discussie stelt, kan je zekerheid langzaam afnemen.
Je kunt voorzichtiger worden met wat je zegt. Je gaat misschien eerst nadenken of je het wel goed hebt begrepen. Je vraagt anderen vaker om bevestiging.
Daardoor kan een patroon ontstaan waarin je steeds minder op jezelf vertrouwt en steeds meer afhankelijk wordt van de uitleg van de ander.
Gaslighting kan binnen verschillende soorten relaties voorkomen, maar binnen een partnerrelatie kan het bijzonder ingrijpend zijn.
Partners kennen elkaar goed en hebben veel invloed op elkaar. Wanneer één van beiden structureel de herinneringen, gevoelens of waarnemingen van de ander ondermijnt, kan dat het vertrouwen in de relatie én in jezelf aantasten.
Je kunt bijvoorbeeld ruzie krijgen over iets wat volgens jou is gebeurd. De ander ontkent het. Daarna probeer je het gesprek opnieuw te voeren, maar uiteindelijk gaat het alleen nog over jouw vermeende gevoeligheid of onredelijkheid.
Na verloop van tijd kun je conflicten gaan vermijden omdat je al verwacht dat je toch niet serieus wordt genomen.
Ook binnen gezinnen kan gedrag voorkomen waardoor een kind of volwassen kind aan zichzelf gaat twijfelen.
Een ouder kan bijvoorbeeld gevoelens van een kind consequent wegzetten als overdreven of onbelangrijk. Een kind dat boos, verdrietig of bang is, krijgt dan steeds te horen dat er niets aan de hand is.
Een kind leert daardoor mogelijk dat zijn of haar gevoelens niet betrouwbaar zijn.
Bij volwassenen kan dit patroon nog steeds invloed hebben. Een ouder kan bijvoorbeeld gebeurtenissen uit het verleden anders voorstellen, waardoor het volwassen kind gaat twijfelen aan eigen herinneringen.
Dit kan bijzonder ingewikkeld zijn omdat de behoefte aan erkenning van een ouder vaak sterk blijft, ook wanneer de relatie moeilijk is.
Gaslighting is niet beperkt tot persoonlijke relaties.
Ook op het werk kunnen mensen situaties meemaken waarin een leidinggevende of collega gebeurtenissen ontkent, afspraken verdraait of iemand steeds het gevoel geeft dat diegene problemen veroorzaakt.
Bijvoorbeeld: je hebt duidelijke afspraken gemaakt, maar later wordt beweerd dat je iets anders had moeten begrijpen. Of een fout van iemand anders wordt uiteindelijk bij jou neergelegd.
Eén misverstand is uiteraard geen gaslighting. Wanneer dit soort situaties steeds terugkomen en je voortdurend aan jezelf gaat twijfelen, kan het wel belangrijk zijn om het patroon serieus te nemen.
Gaslighting wordt vaak in één adem genoemd met narcisme. Dat komt doordat manipulatief gedrag en het verdraaien van gebeurtenissen kunnen voorkomen bij mensen met sterke narcistische trekken. Maar narcisme is niet hetzelfde.
Niet iedereen die aan gaslighting doet, heeft een narcistische persoonlijkheidsstoornis. En iemand met narcistische trekken gebruikt niet noodzakelijk altijd gaslighting.
Het is daarom verstandiger om eerst naar het concrete gedrag te kijken.
Wordt een gebeurtenis steeds ontkend?
Worden jouw gevoelens structureel belachelijk gemaakt?
Wordt jouw herinnering telkens in twijfel getrokken?
Krijg je voortdurend te horen dat jij het probleem bent?
En merk je dat je daardoor steeds minder vertrouwen hebt in jezelf?
Die vragen zijn vaak relevanter dan het label dat je aan de ander geeft.
Een belangrijk onderscheid is dat niet iedere discussie waarin twee mensen zich iets anders herinneren gaslighting is.
Mensen kunnen zich vergissen.
Twee mensen kunnen dezelfde gebeurtenis anders ervaren.
Iemand kan een uitspraak anders hebben bedoeld dan jij hem hebt opgevat.
Ook kunnen emoties ervoor zorgen dat een situatie anders wordt herinnerd.
Bij gaslighting gaat het om meer dan een verschil van interpretatie. Het gaat om een patroon waarin iemand jouw werkelijkheid steeds opnieuw ondermijnt en je daardoor aan jezelf gaat twijfelen.
Het effect van gaslighting kan soms duidelijker worden wanneer je naar jezelf kijkt. Misschien vraag je anderen steeds of je iets goed hebt begrepen. Misschien bied je vaak excuses aan zonder precies te weten waarvoor. Je kunt moeite krijgen met het nemen van beslissingen. Je vraagt je regelmatig af of je niet te gevoelig bent. Je denkt lang na over gesprekken omdat je bang bent iets verkeerd te hebben gezegd. Of je hebt steeds meer bevestiging van anderen nodig voordat je je eigen gevoel vertrouwt.
Geen van deze signalen bewijst dat je wordt gegaslight. Ze kunnen wel aanleiding zijn om te onderzoeken waarom je zo weinig vertrouwen hebt in je eigen oordeel.
Wanneer je merkt dat je regelmatig aan jezelf twijfelt, kan het helpen om gebeurtenissen voor jezelf op te schrijven.
Noteer wat er is gebeurd, wat er is gezegd en hoe jij je daarbij voelde. Doe dat vooral voor jezelf, zodat je later kunt terugkijken zonder uitsluitend afhankelijk te zijn van de uitleg van iemand anders.
Het kan ook helpen om met een betrouwbaar persoon te praten die niet direct bij de situatie betrokken is.
Probeer daarnaast onderscheid te maken tussen een feit en een interpretatie. Je hoeft niet van ieder detail zeker te zijn om te kunnen erkennen dat een bepaalde interactie voor jou onaangenaam of kwetsend was.
En misschien nog belangrijker: je hoeft niet te bewijzen dat iemand aan gaslighting doet voordat je een grens mag stellen.
Een belangrijk gevolg van gaslighting kan zijn dat je gaat wachten op toestemming om je eigen gevoelens serieus te nemen.
Je denkt misschien: als de ander vindt dat ik niet verdrietig hoef te zijn, dan zal mijn verdriet wel overdreven zijn.
Maar gevoelens zijn geen feiten die door een ander goedgekeurd moeten worden.
Iemand anders hoeft niet dezelfde gebeurtenis op dezelfde manier te ervaren als jij om jouw gevoel te mogen bestaan.
Je kunt het oneens zijn over wat er precies is gebeurd en tegelijkertijd erkennen dat de situatie jou heeft geraakt.
Wanneer je informatie over gaslighting en narcisme leest, kan het verleidelijk zijn om steeds meer kenmerken bij iemand te zoeken.
Dat kan helpen om bepaalde patronen te begrijpen, maar het kan ook een nieuwe vorm van onzekerheid worden.
Je hoeft namelijk niet vast te stellen welke diagnose bij de ander hoort om voor jezelf op te komen.
Het kan voldoende zijn om te erkennen dat je regelmatig wordt tegengesproken, dat je grenzen niet worden gerespecteerd of dat je steeds minder vertrouwen hebt in je eigen waarneming.
Daar kun je iets mee, ook zonder label.
Wie gaslighting herkent, blijft vaak achter met een lastige vraag: waarom ben ik zo aan mezelf gaan twijfelen?
Dat is precies het soort vraag dat verder gaat dan alleen het herkennen van manipulatief gedrag of het herkennen van een narcist. Het gaat ook over wat langdurige patronen met je zelfvertrouwen, grenzen en gevoel van eigenwaarde kunnen doen.
In het boek Jij bent niet gek, omgaan met narcisten van Minke Ligthart wordt dieper ingegaan op narcistische patronen en de invloed daarvan op degene die ermee te maken krijgt. Het boek gaat niet alleen over het begrijpen van de ander, maar juist ook over het terugvinden van vertrouwen in jezelf en het maken van eigen keuzes.
Twijfel je regelmatig aan jezelf door het gedrag van iemand anders? Heb je het gevoel dat je steeds op je woorden moet letten, voel je je schuldig of weet je soms niet meer wat je zelf wilt? In Jij bent niet gek – Omgaan met narcisten beschrijft Minke Ligthart hoe je ongezonde patronen kunt herkennen en weer leert vertrouwen op je eigen gevoel.
In dit persoonlijke en praktische boek ontdek je hoe je:
Narcistisch en manipulatief gedrag beter kunt herkennen.
Gaslighting en twijfel aan je eigen waarneming leert begrijpen.
Je eigen grenzen ontdekt en leert bewaken.
Minder afhankelijk wordt van de goedkeuring van een ander.
Opnieuw contact maakt met je eigen behoeften en gevoelens.
Je hoeft niet eerst te bewijzen dat iemand een narcist is om jouw ervaringen serieus te nemen. Dit boek helpt je om stil te staan bij wat een relatie met je doet en te ontdekken welke stappen bij jou passen.
Jij bent niet gek – Omgaan met narcisten van Minke Ligthart is er voor iedereen die zichzelf beter wil begrijpen en zichzelf niet langer uit het oog wil verliezen.